Incarnatie – een kwestie van bijbels denken en goddelijke logica

God weet alles van tevoren en is onbegrensd in liefde en kunnen. Al vanaf het begin van de schepping was Hij op de hoogte van de val van Satan. Die val was geen verrassing en ook geen fout, maar een gevolg van de vrije wil die noodzakelijk is om tot een levende en bewuste samenleving te komen. Zonder vrije wil is er geen liefde.

Levenservaring is daarbij de beste leermeester die er bestaat. Juist vanwege die levenservaring is incarnatie noodzakelijk. Niet als straf, maar als weg tot groei, inzicht en uiteindelijk eeuwig leven.

In de bijbel wordt gesproken over onrechtvaardigheid, een onrechtvaardigheid die in de loop van de tijd steeds duidelijker zichtbaar wordt. Ieder mens die op aarde leeft, neemt zijn levenservaring mee voorbij dit leven. Die ervaring gaat niet verloren, maar blijft bestaan en kan in de eeuwigheid worden verteld. Zo legt ieder mens uiteindelijk getuigenis af van het aardse leven en van incarnatie als onderdeel van Gods plan.

In dat licht staat ook de incarnatie van Jezus Christus niet los van de mensheid. Zijn incarnatie is uniek in functie en betekenis, maar niet losgekoppeld van het principe dat levenservaring noodzakelijk is om waarheid, liefde en recht werkelijk te kennen.

Incarnatie – door liefdeloos denken is incarnatie verdwenen uit de Bijbel

Incarnatie is binnen het christendom een beladen onderwerp. Het woord wordt afgewezen, behalve wanneer het uitsluitend op Jezus wordt toegepast. Alles wat verder gaat, wordt als onbijbels terzijde geschoven. Toch laat de bijbel zien dat incarnatie niet vreemd is, maar op meerdere plaatsen wordt beschreven, zij het zonder die naam te gebruiken.

De reden dat incarnatie uit het bijbels denken is verdwenen, ligt niet in de tekst zelf, maar in wat wordt onderwezen. Dat denken is liefdeloos, omdat het uitgaat van blijvend verlies: gevallen hemelbewoners zouden voor altijd verloren zijn, en een groot deel van de mensheid eveneens. Binnen zo’n kader is geen plaats voor herstel.

God schiep alles uit stof. Mens en dier zijn uit hetzelfde stof opgebouwd en worden beiden aangeduid als een levende ziel. Leven wordt niet opgegeven, maar gedragen. Vrije wil staat daarbij centraal. God dwingt niet. Juist daarom kan groei tijd vragen, en meer dan één leven.

De invloed van het menselijk denken is van invloed op de bijbelse inhoud. Dat zien we terug in al de huidige verschillende vertalingen, dat gebeurt al vanaf het allereerste begin. Menselijke gedachtespinsels zijn de oorzaak dat veel verwijzingen over incarnatie en reïncarnatie zijn verdwenen. Desondanks zijn er voldoende aanwijzingen waardoor deze begrippen onderbouwd kunnen worden, door: simpel rechtlijnig bijbels denken.

De bijbel is door mensen overgeleverd, vertaald en herschreven, en menselijk denken heeft daarbij altijd invloed gehad. Dat is geen aanname, maar zichtbaar in de geschiedenis van het christendom. Een duidelijk voorbeeld is Origenes, een vroege kerkvader die op bijbelse grondslag sprak over de vrije wil, herstel en een voortgaand ontwikkelingsproces dat zijn herkomst  had in het hemelse oerbeging. Zijn denken werd later veroordeeld en uit het kerkelijk onderwijs verwijderd. Daarmee verdwenen ook ideeën die samenhangen met incarnatie en reïncarnatie uit het christelijke denken. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de homepage.

Momenteel wordt Origenes als een universalist gezien, aldus Wikipedia, maar dat is niet correct, want zelfs de Katholieke Kerk getuigt op haar website dat Origenes geloofde in het behoudt van een ieder door incarnatie en reïncarnatie.

De eerste incarnatiegedachte in het universum: gij zult sterven als een mens

Het beladen woord incarnatie betekent in de kern niets anders dan vleeswording. De uitspraak “gij zult sterven als een mens” komt voor in Psalm 82:6. Om als mens te kunnen sterven, is er maar één mogelijkheid: deze goden moeten incarneren in een menselijke gestalte. De uitspraak veronderstelt dus geen symboliek, maar een daadwerkelijke menswording.

Wie eenvoudig bijbels denkt, ziet hier een logisch gevolg. Deze goden zijn zielen. Om mens te worden, moeten zij worden opgebouwd uit aardse bouwstenen, verenigd met ziel en geest. Zo ontstaat de sterfelijke mens. Dat is geen vreemde gedachte, want het mensbeeld wordt algemeen omschreven als lichaam, ziel en geest.

De begrippen: incarnatie en vleeswording

Om begrippen als incarnatie en vleeswording zuiver te kunnen begrijpen, is een nauwkeurige vertaling van de bijbel noodzakelijk. Daarom wordt op deze pagina gebruikgemaakt van o.a. de Sabelis-bijbel. Sabelis is aangesloten bij een Messiaanse gemeente en heeft het Hebreeuws als moedertaal. Vanuit die achtergrond verricht hij zijn vertaalwerk, met specifieke aandacht voor de Hebreeuwse grondtekst en het bijbels denkraam waaruit die is voortgekomen. De Sabelis-bijbel is volledig opgenomen op deze website en te vinden op de bijbelpagina, zodat iedere lezer de gebruikte teksten zelf kan controleren en vergelijken. De gebruikte afkorting voor een Sabelis-tekst: SAB

Massale incarnatie: het scheppingsverhaal van dier en mens.

Het scheppingsverhaal wordt beschreven in Genesis 1 en 2. Zowel dier als mens wordt gevormd uit dezelfde grondstof: aarde, ook wel aangeduid als stof. Alles wat leeft, heeft zijn oorsprong in hetzelfde basismateriaal. De aarde zelf is gevormd uit lava, gesteente dat door erosie uiteenviel en uiteindelijk stof werd. Vanuit dat stof ontstond al het leven.

In Genesis wordt bovendien een duidelijke volgorde zichtbaar:

  1. Eerst de plantenwereld.
  2. Daarna het leefmilieu van de vissen en vervolgens de vogels.
  3. Vervolgens het leefmilieu van het vee, de kruipende dieren en het wild.

Deze volgorde laat zien dat het leven zich stap voor stap ontwikkelt binnen verschillende leefmilieus, telkens opgebouwd uit dezelfde aardse bouwstenen. Dier en mens delen daarmee dezelfde oorsprong en worden beiden aangeduid als een levend wezen.

Bij de mens wordt echter iets extra’s genoemd. Dat extra’s is niet de grondstof, want die is gelijk aan die van de dieren, maar iets wat wordt toegevoegd. In de Sabelis-bijbel wordt dit op een andere en meer precieze wijze verwoord.

Genesis 2:7 (SAB)
En JHVH God heeft de eigen mens (Adam) uit grondstof van aarde geboetseerd en, om te leven, de intelligente levensadem in zijn neusgaten geblazen, en zó is de mens een levend wezen geworden.

De mens wordt dus, net als de dieren, uit aarde gevormd en een levend wezen genoemd. Het onderscheid zit niet in het lichaam, maar in woord dat toegevoegd wordt aan de levensadem, die in de Sabelis-bijbel wordt aangeduid als een  intelligente levensadem.

Incarnatie in een tijdsverloop tot in de eeuwen der eeuwen

Incarnatie is geen éénmalige gebeurtenis, maar maakt deel uit van een tijdsverloop. De bijbel spreekt herhaaldelijk over tijdperken, eeuwen en “de eeuwen der eeuwen”. Dat duidt niet op stilstand, maar op voortgang. Gods plan ontvouwt zich niet in één moment, maar in een langdurig proces waarin ruimte is voor groei, ervaring en herstel.

Wanneer de vrije wil werkelijk gerespecteerd wordt, kan ontwikkeling niet worden afgedwongen. Keuzes vragen tijd, en inzicht hoeft niet te ontstaan in één leven. Juist daarom past incarnatie binnen een tijdsverloop dat verder reikt dan één generatie, één oordeel of één bestaan. Eeuwig leven betekent niet onmiddellijk volmaakt zijn, maar leven zonder einde, met de mogelijkheid om te leren.

De bijbel kent geen haast. God werkt niet onder tijdsdruk, maar binnen Zijn eigen tijd. Wat voor de mens lang lijkt, vormt binnen Gods perspectief geen belemmering. Incarnatie krijgt zo een plaats binnen een voortgaand proces, waarin levenservaring – ook in plantaardige en dierlijke vorm – wordt meegenomen en waarin niets verloren hoeft te gaan.

Incarnatie in een mens pas na een lange periode van vorming

Adam en Eva zijn al vroeg geschapen en hebben daadwerkelijk op aarde geleefd. Hun leven in het paradijs was echter niet gelijk aan het huidige mens-zijn. Jezus zelf geeft aan dat zij leefden zoals de engelen, zonder voortplanting (Mattheüs 22:30). Het mens-zijn zoals wij dat nu kennen, met sterfelijkheid, voortplanting en strijd om overleving, ontstond pas later.

De mensachtige wezens die archeologisch worden aangetroffen, waren daarom geen voorlopers van de mensheid. Het waren dieren met een mensachtig uiterlijk, levend vanuit instinct, gelijk aan andere dieren. Uiterlijk maakt geen mens. Mens-zijn wordt bepaald door ziel en geest en door de plaats die God aan de mens heeft gegeven binnen Zijn plan. Incarnatie in een menselijk lichaam veronderstelt daarom niet een biologische ontwikkeling, maar een lange periode van vorming binnen Gods tijd.

Heeft een dier een ziel?

Voor hindoeïsme en boeddhisme is de vraag of dieren een ziel hebben nauwelijks een vraag. Binnen het christendom ligt dat anders. Zowel het katholicisme als het protestantisme ontkent dat dieren een ziel hebben zoals de mens die heeft. Op deze pagina worden drie visies onderscheiden: de katholieke visie, de protestantse visie en de visie die vanuit de bijbel op deze website wordt gevolgd.

Het katholieke standpunt

De katholieke kerk stelt dat dieren wel een ziel hebben, maar dat deze volledig afhankelijk is van hun materiële lichaam. Na de dood houdt deze ziel op te bestaan. Dieren zouden daarom geen deel hebben aan de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. (Bron: catholic.com)

Het protestantse standpunt

Binnen reformatorische kringen wordt doorgaans gesteld dat dieren wel een levensadem en instinct hebben, maar geen ziel zoals de mens. Zij zijn stof en keren terug tot stof, zonder voortbestaan. (Bron: Reformatorisch Dagblad, 19 november 2014)

Het bijbels uitgangspunt van deze website

De bijbel spreekt anders. Niet filosofisch, maar concreet. Dieren worden herhaaldelijk aangeduid als levende zielen, gevormd uit stof en bezield door levensadem. Het onderscheid tussen mens en dier ligt niet in het hebben van een ziel, maar in wat aan de mens extra wordt toegevoegd.

Wat zegt de bijbel over de ziel van dieren?

De bijbel maakt onderscheid tussen verstand en ziel, maar ontkent de dierlijke ziel nergens.

  • Genesis 1:30 (EBV24) Voor alle in het wild levende dieren van de aarde en voor alle vogels van de hemel en voor alles wat op aarde rondkruipt waarin een levende ziel is, zullen alle groene planten tot voedsel dienen.
  • Genesis 7:15 (EBV24) Van alle vlees, waarin de levensgeest was, kwamen zij twee aan twee naar Noach in de ark.
  • Psalm 36:7 (EBV24) U redt mens en dier, HEERE.
  • Romeinen 8:18–22 (EBV24) Want wij weten dat alle schepselen zuchten en tot op deze dag samen in barensnood zijn.

Deze teksten laten zien dat de schepping als geheel wordt betrokken bij leven, lijden en hoop op bevrijding.

Dezelfde teksten, zuiverder gelezen (SAB)

De Sabelis-bijbel maakt expliciet wat in veel vertalingen wordt afgezwakt.

  • Genesis 1 (SAB) 20. En God heeft gezegd: ‘Dat het water van een massa aan dieren met een levende ziel gewemeld zal hebben…’ 21. En God heeft … alle unieke levende zielen … geschapen. 30. … alles wat over land kruipt, met een levende ziel.
  • Genesis 6 (SAB) 17. … zodat alle vlees dat een levende geest heeft … vergaat.
  • Genesis 7 (SAB) 15. … alle lichamen waarin zich de geest van leven bevindt. 22. Alles wat de intelligente geest van leven in de neus heeft, stierf.

De teksten spreken consequent over ziel, geest en leven bij dieren én mensen.

Het onderscheid tussen mens en dier

Dat dieren een levende ziel hebben, wordt bijbels bevestigd. Het onderscheid zit niet in het lichaam en ook niet in het feit dát er levensadem is, maar in wat er aan de mens extra wordt toegevoegd.

Genesis 2:7 (SAB) En JHVH God heeft de eigen mens (Adam) uit grondstof van aarde geboetseerd en, om te leven, de intelligente levensadem in zijn neusgaten geblazen, en zó is de mens een levend wezen geworden.

Ter vergelijking:

Genesis 2:7 (EBV24) … blies de levensadem in zijn neusgaten.

De Sabelis-tekst maakt zichtbaar wat in andere vertalingen ontbreekt: intelligentie. Dieren handelen instinctmatig. De mens ontvangt verstand.
Dieren leven in de zogenoemde “Je-Moet-situatie”, dit is opvoedkundig met daarna de periode dat de mens uit vrije wil kan kiezen. 

Mijn conclusie over incarnatie hoeft niet jouw conclusie te zijn.

  • Alles wat leeft is gevormd uit stof/aarde.
  • Mens en dier worden beide aangeduid als levende zielen.
  • Dieren hebben geen verstand, maar wél levensadem en ziel.
  • Adam ontving iets extra’s: intelligente levensadem.
  • Het onderscheid tussen mens en dier is geestelijk, niet materieel.

De ziel was al in het stof aanwezig; ook bij Adam. Wat werd toegevoegd, was verstand.

De bijbel zelf gebruikt het dier als voorbeeld om het verschil tussen instinct en verstand zichtbaar te maken. Een dier wordt niet aangesproken op inzicht, maar gestuurd van buitenaf.

Psalmen 32:9
Wees niet als een paard, als een muildier zonder verstand, dat men met toom en bit moet bedwingen, want anders kan het niet dicht bij je komen.

Dit beeld spreekt voor zich. Dit beeld laat zien wat de je-moet-situatie betekent. Het paard heeft geen inzicht in richting of doel en moet daarom geleid worden door dwang van buitenaf. Dat is geen oordeel, maar een beschrijving van instinctief leven. Precies dát onderscheidt het dier van de mens. Waar het dier geleid wordt, kan de mens begrijpen en kiezen.

Incarnatie – hoe is de ziel in het stof/aarde terechtgekomen?

De vraag hoe de ziel in het stof is terechtgekomen, kan niet worden beantwoord zonder terug te gaan vóór de schepping van de aarde. De bijbel plaatst het begin van alles niet op aarde, maar in de hemel. Johannes 1:1–4 spreekt over het Woord, over Leven en Licht van de mensen, nog vóórdat er sprake is van een materiële wereld. Openbaring 12 en Kolossenzen 1:15 bevestigen dat er al schepselen waren vóór de aardse schepping: mensen, ook aangeduid als sterren of engelen. Mattheüs 22:30 laat zien dat deze mensen leefden als engelen. Zij bezaten intelligentie, bewustzijn en een vrije wil. Dáár ligt de oorsprong van de ziel.

Door die vrije wil kon hoogmoed ontstaan. De bijbel beschrijft dat satan, door zijn intelligentie, zichzelf gelijk wilde stellen aan God. Die gedachte vond navolging bij een groot deel van de hemelse schepselen. Openbaring 12:9 beschrijft vervolgens dat satan en zijn engelen in de aarde werden geworpen. 

Het woord “wereld” staat hier synoniem voor het gehele universum. Satan trachtte niet de aardbewoners te misleiden, maar de hemelbewoners. Dat God Zichzelf zichtbaar maakte, voorkwam een totale val; “slechts” een derde deel ging verloren.

Daarmee begint incarnatie: het ingaan in materie. De ziel wordt niet geschapen ín het stof, maar werd het stof der aarde. Zo wordt het aardse leven een gevolg van een geestelijke val, niet van een biologische oorsprong.

Incarnatie is daarmee geen straf zonder doel, maar een weg van herstel. God schiep de mens niet instinctief, maar met verstand, zodat liefde vrijwillig kan worden beantwoord. Dierlijke incarnaties functioneren als voorbereidingsvormen; de menselijke gestalte is de laatste incarnatievorm waarin nederigheid uit vrije wil kunnen samenkomen.

In het aardse leven krijgt de ziel de mogelijkheid om, los van hoogmoed, uit vrije wil te kiezen voor nederigheid en liefde. Gods onbegrensde liefde sluit niemand uit, maar dwingt ook niemand. Daarom kan incarnatie zich herhalen over meerdere tijdperken, totdat de ziel vrijwillig terugkeert tot God. Zo wordt duidelijk hoe de ziel in het stof terechtkwam én waarom.

Zonder verdergaande incarnatie is Gods liefde incompleet 

De bijbel laat zien dat de échte zondeval niet op aarde begon, maar in de hemel. Mensen — ook aangeduid als sterren of engelen — bezaten intelligentie en vrije wil, en juist daardoor kon hoogmoed ontstaan. Jesaja 14, Ezechiël 28 en Openbaring 12 beschrijven hoe satan en een derde deel van deze schepselen in de aarde werden geworpen. Dit “geworpen worden” markeert de eerste dood: het ingaan in materie. De ziel werd niet geschapen ín het stof, maar werd het stof der aarde. Het aardse leven is daarmee geen biologische oorsprong, maar het gevolg van een geestelijke val.

Incarnatie is in dit licht geen straf zonder doel, maar een noodzakelijke weg tot herstel. God dwingt niet, want liefde zonder vrije wil is geen liefde. Daarom wordt de ziel over tijdperken heen gevormd. Dierlijke levensvormen functioneren als voorbereidende fasen; de menselijke gestalte is de laatste incarnatievorm waarin verstand, vrije wil en verantwoordelijkheid samenkomen. Teksten als Job 33:28–30 spreken expliciet over meerdere rondes waarin God een mens terugbrengt “twee of drie keer”, totdat het licht werkelijk wordt gezien. Niet iedereen heeft die weg nodig, maar voor wie in hoogmoed volhardt, is verdere incarnatie onvermijdelijk.

Zonder deze voortgaande weg zou Gods liefde begrensd zijn. Toch zegt de bijbel consequent dat God wil dat allen tot berouw komen (2 Petrus 3:9), dat Christus stierf voor de hele wereld (1 Johannes 2:2) en dat uiteindelijk de dood zelf wordt vernietigd (1 Korinthe 15:22–26). Straf bestaat, de hel bestaat, maar zij is niet het eindpunt. Het woord dat vaak met “eeuwig” wordt vertaald, duidt op tijdperken. Gods geduld strekt zich uit over eonen. Pas wanneer iedere ziel vrijwillig tot nederigheid is gekomen, is de liefde werkelijk voltooid. Zonder verdergaande incarnatie zou dat onmogelijk zijn — en daarmee zou Gods liefde onvolledig blijven.

Schriftgetuigenis zonder het woord incarnatie

Op meerdere plaatsen verbindt de bijbel val, gevangenschap, tijdsduur en herstel zonder het woord incarnatie te gebruiken. Genesis 6:3 maakt duidelijk dat de mens vlees werd om zijn dwalingen, Job 33:28–30 spreekt expliciet over een ziel die twee of drie keer uit het graf wordt teruggebracht om opnieuw het licht te zien, en Jesaja 24:21–22 beschrijft hoe hemelse machten én aardse koningen worden opgesloten en pas na vele dagen weer worden opgezocht. Judas 1:6 bevestigt dat engelen hun oorspronkelijke woning verlieten en tijdelijk worden vastgehouden, terwijl vers 12 spreekt over “twee keer gestorven”, een formulering die zonder verdergaande incarnatie betekenisloos blijft. Openbaring 12 verbindt deze teksten door te laten zien dat een derde deel van de sterren uit de hemel werd geworpen en geen plaats meer vond in de hemel. Samen vormen deze teksten één lijn: val → opsluiting → tijd → terugkeer. Niet als onmiddellijke verlossing, maar als een proces dat zich uitstrekt over tijdperken. Wie deze samenhang leest, ziet dat incarnatie niet wordt geïntroduceerd als leer, maar wordt verondersteld als werkelijkheid.

Het bekende woord incarnatie is eigenlijk een fout woord

Het woord incarnatie wordt gebruikelijk gezien als een verhuizing van een complete ziel; bij incarnatie blijft de ziel intact. Maar in werkelijkheid is het anders. Je hebt gelezen dat de gevallen hemelbewoners gezamenlijk de aarde vormden; zo is de schepping tot stand gekomen. Dat is ook aantoonbaar, want de bouwstenen van de aarde zijn levende atomen, want die "dingen" bewegen. 

Bij een goede waarneming zien we dat de atomen telkens van vorm veranderen. Een organisme sterft, de atomen worden opgenomen in een ander organisme en dat gaat al vele miljoenen jaren zo. Dat proces kunnen we als downcycling betitelen. Meer lezen?


Plaats hier uw reactie over incarnatie.

Uw mailadres wordt nergens voor gebruikt, alleen indien noodzakelijk of gewenst om op uw bericht te reageren voor een één op één contact. Dit werkt als zijnde een blog, dus iedereen kan weer reageren op uw bericht. Indien u één op één wilt communiceren, dan gaat u naar de contactpagina.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.