Profetie eindtijd – 4 Ezra en de apocriefe waarschuwing voor deze tijd
De profetie van 4 Ezra behoort tot de apocriefe geschriften en wordt vaak terzijde geschoven. Toch beschrijven deze oude teksten op indringende wijze gebeurtenissen die sterk doen denken aan een zeer nabije eindtijd. Op deze pagina wordt de profetie van Ezra geaccentueerd weergegeven en voorzien van uitleg, zodat duidelijk wordt wat er letterlijk staat, wat beeldtaal is en hoe deze profetie zich verhoudt tot de bijbel en onze tijd.
4 Ezra wordt in de meeste christelijke tradities, zowel rooms-katholiek als protestants, aangeduid als apocrief en is opgenomen in een appendix van de Vulgaat. Die kwalificatie zegt echter niets over de herkomst van de tekst. Het geschrift is afkomstig uit de periode na de Babylonische ballingschap en wordt geschreven door Ezra zelf, de priester en schriftgeleerde uit de vijfde eeuw voor Christus.
Dat Ezra als schrijver wordt genoemd, is geen latere toeschrijving of vage traditie, maar ligt besloten in de tekst zelf. Het boek past binnen de historische context van herstel, worsteling en heroriëntatie na de ballingschap. De aanduiding ‘apocrief’ is daarmee een canonieke classificatie, geen inhoudelijk oordeel over de betrouwbaarheid of betekenis van de profetie.
Wie de causale verbanden onderzoekt, ziet dat de apocalyptische thematiek van Ezra niet losstaat van de bijbelse profetieën, maar daar logisch op aansluit. Juist omdat deze tekst is ontstaan in een periode van overgang en crisis, spreekt zij ook tot andere tijden waarin orde wankelt en richting gezocht wordt.
De profetie 4 Ezra 15 en 4 Ezra 16 zijn oude "apocriefe" geschriften, maar de profetie 4 Ezra is zeer actueel. Ze verwijzen naar hetgeen er momenteel gaande is. Zonder de situatie op naam te benoemen, worden de situaties exact beschreven. De oorlogen Gaza - Israël en Rusland ‐ Oekraïne worden door Ezra omschreven. Zo ook de natuurrampen in Turkije. Jezus zei dat dit allemaal moet gebeuren, het gebeurd dus ook.
Profetie eindtijd: Ezra apocrief, voor de tijd van nu
De mens heeft dit geschrift als APOCRIEF bestempeld. Het woord van de Allerhoogste is waar, en zal 100 % beleefd worden. Dit woord werd al lang geleden opgetekend en gaat nu in vervulling. De exacte datering? Onderzoek en je zult vinden, ook op deze website. Noach en Methusalem hebben 120 jaar lang geprofeteerd, en werden niet gelooft. Nu wordt er niet geprofeteerd, want er staat geschreven: onderzoek alles en behoud het goede.
Dat staat al beschreven in Daniël 12:4 de kennis zal toenemen. Deze woorden zeggen het al: ook de dienaren van God moeten middels het onderzoeken de kennis vergaren.
De betekenis die de mens geeft aan het woord Apocrief: 1) Deuterocanoniek 2) Louche 3) Niet als gezaghebbend erkend 4) Niet authentiek 5) Niet erkend als echt 6) Niet erkend bijbelboek 7) Niet gezaghebbend 8) Onaannemelijk 9) Ondergeschoven 10) Onecht 11) Ongeloofwaardig 12) Suspect 13) Twijfelachtig 14) Van duistere oorsprong 15) Verborgen. Zoals gebruikelijk is het de mens die onwaarheid spreekt. GOD LIEGT NIET!
Profetie eindtijd 4 Ezra 15, volledig tekstueel weergegeven
Ezra verwijst in de eerste 15 verzen naar vier verschillende perioden rond en tijdens de eindtijd. De profetieën van Ezra zijn in lijn met de bijbel, dus niet met jouw dogma. Ezra was niet dogmatisch verbonden, hij was een knecht van de Allerhoogste.
1. ZIET, gij zult in de oren mijns volks de woorden der profetie spreken, die ik in uw mond zal leggen, spreekt de Here,
2 En maak dat zij op papier geschreven worden, want zij zijn trouw en waarachtig.
3 En vrees niet voor de raadslagen tegen u en bekommert u niet over de ongelovigheid der tegensprekers.
4 Want al de ongelovigen zullen in hun ongeloof sterven.
5 Ziet, spreekt de Here, ik zal ongelukken over de aardbodem zenden, het zwaard, en de honger, en de dood, en de verderfenis.
6 Omdat ongerechtigheid de overhand genomen heeft over de ganse aarde, en haar schadelijke werken zijn vervuld geworden.
7 Daarom spreekt de Here:
8 Ik zal niet zwijgen over hun goddeloosheid, die zij roekeloos begaan, en zal niet verdragen hetgeen zij onrechtvaardig doen. Ziet het onschuldig en rechtvaardig bloed roept tot mij; en de zielen der rechtvaardigen roepen zonder ophouden.
9 Zekerlijk zal ik hen wreken, spreekt de Here, en ik zal al het onschuldig bloed uit hen tot mij nemen.
10 Ziet mijn volk wordt als een kudde schapen ter slachting geleid, ik zal nu niet meer dulden dat het in Egypte wone.
11 Maar ik zal het uitvoeren met een geweldige hand, en een verheven arm: en ik zal dat land met plagen slaan als tevoren, en ik zal al hetzelve verderven.
12 Egypte zal treuren, en zijn fundamenten zullen met plagen geslagen worden, en met straffen, die God over hetzelve brengen zal.
13 De akkerlieden, die het land bouwen, zullen treuren; want hun zaad zal van brand, en hagel, en van een vreselijk gesternte verdorven worden.
14 Wee de wereld, en hen, die daarin wonen.
15 Dewijl het zwaard nadert, en hun ondergang, en het ene volk zal tegen het andere opstaan ten strijd, en het zwaard zal in hun handen zijn.
Vers 4: dit vers verwijst naar het einde van de eindtijd. Het is in overeenstemming met Zefanja 1:1-6 Ik zal alles volkomen van de aardbodem wegvagen, spreekt de HEERE. Lees verder via jouw eigen bijbel.
Vers 5: ondanks het bijna de letterlijke verwoording is van Openbaring 6:7-8, is deze tekst geen profetie die met Openbaring 6:7-8 in verband kan worden gebracht. De eerste 15 verzen gaan over de "ongelovigen". Ongelovigen moet in een breder begrip worden gezien. Deze tekst is een combinatie van hetgeen er vóór de eindtijd gebeurt en de Wee-bazuinen – Openbaring. Ook de teksten Micha 1:1-6 en Zefanja 1:1-6 getuigen over de hier genoemde situatie.
Vers 8: dit is een rechtstreekse verwijzing naar Openbaring 6:9-11 en Openbaring 20:4. Beide teksten getuigen over hetzelfde moment: de dienstknechten van God die pal voor de totale vernietiging van alles wat op aarde leeft, worden opgenomen en dan 1000 jaar lang zullen getuigen tijdens het 1000-jarig rijk.
Vers 13: dit vers getuigt over de vele bosbranden (Canada en Frankrijk) en de hevige aardbevingen zoals de aardbeving in Turkije.
Vers 15: zwaard nadert, de situatie van voor de eindtijd. Dit verwijst naar de oorlogen Gaza – Israël en naar de strijd tussen Oekraïne – Rusland.
Profetie eindtijd, 4 Ezra 15:16-33, over de tijd van verdrukking
16 Want daar zal ongestadigheid zijn in de mensen, en de een zal de ander overweldigen, en zullen naar hun koning niet vragen, en de vorsten zullen de weg van hun handelingen naar hun geweld afmeten.
17 Want een mens zal begeren in een stad te gaan, en hij zal niet kunnen.
18 Want vanwege hun hovaardij zullen de steden beroerd worden, de huizen zullen verstoord worden, en de mensen zullen vrezen.
19 De ene mens zal met de andere geen medelijden hebben, om hun huizen teniet te doen door het zwaard, en om hun goederen te roven, vanwege de honger naar brood, en de velerlei benauwdheid.
20 Zie ik roep tezamen, spreekt de Here, al de koningen der aarde om mij te vrezen, welke daar zijn van het westen, en van het zuiden, en van het oosten, en van Libanon, om tegen zichzelf te keren, en te vergelden hetgeen zij hun aangedaan hebben.
21 Gelijk zij tot op de huidige dag mijn uitverkorenen hebben gedaan, alzo zal ik hun doen, en zal het in hun schoot vergelden; dit spreekt de Here.
22 Mijn hand zal de zondaar niet verschonen, en mijn zwaard zal niet ophouden over degenen, die onschuldig bloed vergieten op aarde.
23 Het vuur is uitgegaan van zijn toorn en heeft verteerd de fundamenten der aarde, en de zondaars als aangestoken stro.
24 Wee hen die zondigen, en mijn geboden niet houden, spreekt de Here.
25 Ik zal hen niet sparen; wijkt gij kinderen uit hun macht: en bevlekt mijn heiligdom niet.
26 Want de Here kent al degenen, die tegen hem zondigen, daarom heeft hij hen overgegeven ter dood en ter slachting.
27 Want nu zijn de ongevallen over de aardbodem gekomen, en gij zult in dezelve blijven. Want God zal u niet verlossen, omdat gij tegen hem zondigt.
28 Ziet een schrikkelijk gezicht, en zijn aankomst is van de opgang der zon.
29 Daar zullen natiën van draken uit Arabië (o.a. Islamitische Staat) komen met vele wagenen, en gelijk als een wind zal hun menigte gedreven worden over de aarde, zodat zij allen zullen vrezen en beven, die hen horen;
30 Namelijk de Karmaniërs razende in hun toorn, en zij zullen komen als wilde zwijnen uit het bos: en zullen aankomen met grote kracht, en zullen tegen hen in de krijg staan, en zullen een deel van het land der Assyriërs verwoesten.
31 En na deze zullen de draken de overhand krijgen, zijnde hun natuur indachtig, en zullen zich omkeren, en tezamen spannen om met grote kracht die te vervolgen.
32 Deze nu zullen ontsteld worden, en zullen stilstaan voor hun kracht, en zullen zich op de vlucht begeven.
33 En een, op hen aankomende van het land der Assyriërs, zal hen bezetten, en zal een uit hun Oversten ternederhouwen, en daar zal vrees en schrik in hun leger zijn, en twist tegen hun koningen.
Uitwerking 4 Ezra 15:16-33
Vers 19: Er zijn meerdere bijbelteksten die verwijzen naar wat honger doet met de mensheid tijdens de verdrukkingstijd: Ezechiël 5:9-10 en Deuteronomiun 28:56-57. Deze twee teksten vertellen over een vorm van kannibalisme, zelfs de nageboorte bij een bevalling wordt achtergehouden om honger te stillen.
Vers 20: Openbaring 16:14 is hier het causale verband. Zij gingen alle koningen van de aarde langs om hen bijeen te brengen voor de oorlog op de grote dag van de Almachtige God.
Vers 27: het causale verband is nu met het Boek van Henoch 8:22.13 Maar hun zielen zullen niet worden gedood op de dag des oordeels, noch zullen zij opstijgen van hier.
Profetie eindtijd, 4 Ezra 15:34-52, het weer als symboliek voor de strijd op aarde
34 Ziet, daar komen wolken (legers) van het oosten en noorden tot in het zuiden, haar aanzien is zeer gruwzaam, vol toorn en onweder.
35 En zij zullen tegen elkander stoten, en zullen vele sterren ter aarde werpen, en ook hun eigen sterren, en het bloed door het zwaard vergoten, zal tot de buik toe vloeien.
36 En de mest der mensen zal komen tot aan de gordel der kemelen, en daar zal grote vrees en beving zijn op aarde.
37 En die de onstuimigheid zien, zullen verschrikken, en beving zal hen bevangen.
38 En daarna zullen er grote slagregenen komen van het zuiden en van het noorden, en nog een ander deel van het westen.
39 En de winden uit het oosten zullen de overhand nemen, en zullen dat openen, met de wolk die het in zijn onstuimigheid verwekt had, en het gesternte zal schade lijden dat opkwam, om verschrikking te maken aan de oosten wind en westenwind.
40 En daar zullen grote en sterke wolken, die vol onstuimigheid zijn met het gesternte zich verheffen, opdat zij de gehele aarde verschrikken met degenen, die daarop wonen, en zij zullen over alle hoge en uitstekende plaatsen een gruwzaam gesternte uitgieten;
41 Vuur en hagel, en vliegende zwaarden, en veel water, zodat al de velden, en al de beken door de menigte des waters vervuld zullen zijn.
42 En zullen de steden nederwerpen, en de muren, en de bergen, en de heuvelen, en de bomen der bossen, en het gras der velden, en hun vruchten.
43 En zij zullen standvastig gaan tot Babylon toe, en zullen die verstoren.
44 Zij zullen gezamenlijk tot deze komen en die omlegeren, en zullen dat gesternte en al de onstuimigheid over haar uitgieten, en het stof en de rook zal opgaan tot de hemel toe, en allen die rondom haar zijn zullen haar betreuren.
45 En die in haar zullen overblijven, die zullen degenen dienen, die hen verschrikt hebben.
46 En gij Azië, die een gezellin zijt van de hoop Babylons, en een eer zijt van haar persoon,
47 Wee u, gij ellendige, overmits gij u haar hebt gelijk gemaakt, en hebt uw dochteren versierd tot hoererij, opdat zij zouden mogen behagen, en roemen op haar boelen, die met u altijd begeerd hebben te hoereren.
48 Gij hebt de gehate stad altijd willen navolgen in al haar werken en vonden, daarom spreekt de Here:
49 Ik zal ongeval over u brengen, weduwschap, armoede, en honger, en zwaard, en pest (Covid19), opdat uw huizen verwoest worden door het geweld, en de dood,
50 En de heerlijkheid uwer kracht zal als een bloem verdorren, wanneer de hitte zal opgaan, die over u zal gebracht worden.
51 Gij zult verzwakt worden als een arme deerne, die geslagen en getuchtigd is door de vrouwen, zodat de machtigen, en de boelen, u niet zullen kunnen opnemen.
52 Zoude ik ook zo tegen u jaloers zijn? spreekt de Here.
Uitwerking 4 Ezra 15:34-52
Vers 41: vliegende zwaarden, een vliegtuig of een raket, was echt volledig onbekend in de tijd van Ezra, maar hij duidt wel degelijk het vliegende wapentuig.
Vers 42 tot 52: in eenvoudig Nederlands. Zo je doet, zo je ontmoet. We kunnen het ook bijbels uitdrukken: Jakobus 4:6 God keert Zich tegen de hoogmoedigen.
Profetie eindtijd, 4 Ezra 15:53-63, loon naar werken
53 Indien gij mijn uitverkorenen ten allen tijde niet hadt gedood, en uw handen over hen niet hadt verheven om te slaan, en gij niet gezegd hadt, als gij dronken waart over hun dood,
54 Versier nu de schoonheid uws aanschijns!
55 Het loon uwer hoererij is in uw schoot, daarom zult gij vergelding ontvangen.
56 Gelijk gij mijn uitverkorenen zult doen, spreekt de Here, alzo zal de Here u doen, en zal u ten ongeval overgeven.
57 En uw kinderen zullen van honger vergaan, en gij zult door het zwaard vallen, en uw steden zullen verdelgd worden, en al de uwen zullen in het veld door het zwaard vallen.
58 En die op de bergen zijn, zullen van honger sterven, en zullen hun eigen vlees eten, en bloed drinken, door honger naar brood, en dorst naar water.
59 O ongelukkigen, gij zult over de zee wijken, en u zal daar weder ongeval ontmoeten.
60 In het doortrekken zullen zij de verslagen stad in stukken stoten, en zullen een gedeelte van uw land verderven, en een deel van uw heerlijkheid uitroeien, en zo tot het verwoeste Babylon wederkeren.
61 En als gij ternedergeworpen zijt, zo zult gij hun zijn voor stoppelen, en zij zullen u zijn tot vuur.
62 En zij zullen u verteren; en zullen uw steden, en uw land, en uw bergen, ook al uw bossen, vruchtdragend geboomte, met vuur verbranden.
63 Zij zullen uw zonen gevankelijk wegleiden, en uw inkomsten zullen zij tot roof maken, en zij zullen de heerlijkheid uws aanschijns teniet maken.
Ezra vervalt in herhaling, dat zal ik jou besparen.
Lees het vervolg van deze "apocriefe" profetie en wees ervan overtuigd dat de theologen die het zo hebben genoemd, dé leugenaars zijn. Deze profetie van Ezra is waar, want God spreekt altijd de waarheid.
Profetie eindtijd - het apocrief 4 Ezra 16, tegen Azië en de Arabische volkeren
Ezra is zo nauwkeurig, hij benoemd werelddelen en landen expliciet. Babylon: synoniem voor ongelovigen.
1 WEE u Babylon en Azië! wee u Egypte en Syrië!
2 Trekt zakken en harige klederen aan, beweent uw kinderen, en treurt, want uw verderf is nabij.
3 Een zwaard is over u gezonden, en wie is er die het zal afkeren?
4 Een vuur is over u aangestoken, en wie is er die het zal blussen?
5 Veel ongeval is over u gezonden, en wie is er die het zal afweren?
6 Kan ook iemand een leeuw afweren, die hongerig is in het bos? of het vuur in de stoppelen blussen als het begint te branden?
7 Kan ook iemand een pijl afweren, die van een sterk schutter is geschoten?
8 De almachtige Here zendt ongeval over, en wie is er die het zal verdrijven?
9 Het vuur is van zijn gemeenschap uitgegaan, en wie is er die het zal blussen?
10 Hij zal bliksemen, en wie zal niet vrezen? Hij zal donderen, en wie zal niet beven?
11 De Here zal dreigen, en wie zal niet gans vermorzeld worden van zijn aanschijn?
12 Het aardrijk beeft met zijn fundamenten; de zee bruist van de diepte op, en haar baren zullen ontsteld worden met haar vissen, van het aanschijn des Heren, en van de heerlijkheid zijner kracht.
13 Want zijn rechterhand, die de boog spant is sterk; zijn pijlen zijn scherp die door hem geschoten worden. Zij zullen niet ontbreken, wanneer ze zullen geschoten worden tegen de einden der aarde.
14 Ziet het ongeval (de ster) wordt gezonden, en het zal niet wederkeren, totdat het op de aarde komt.
15 Het vuur wordt aangestoken, en het zal niet geblust worden totdat het de fundamenten der aarde zal verteerd hebben.
16 Gelijk de pijl niet wederkeert, die door een sterk schutter is geschoten, zo zullen de ongevallen niet wederkeren, die over de aarde zijn gezonden.
17 Wee mij, wee mij; wie zal mij bevrijden in die dagen?,
De aardbeving die genoemd wordt in Openbaringen 8:5 is dezelfde aardbeving als in Openbaringen 6:12 'En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, Openbaring 9:1 'En de vijfde engel blies op de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen.
Vijf maanden (Openbaring 9:5 En hun werd macht gegeven, niet om hen te doden, maar om hen te pijnigen, vijf maanden lang). Echter door het verbod om te geloven zal er een geloofsstrijd ontstaan.
Profetie eindtijd: 4 Ezra 16:18-32 de eindtijd wordt ten volle uitgemeten
18 Het begin der smarten, en veel zuchtens; het begin des hongers, en veel stervens; het begin der krijgen, en de machtigen zullen bevreesd worden; het begin des ongevals, en zij zullen allen beven.
19 Wat zal ik in deze doen, wanneer de ongevallen zullen komen?
20 Ziet honger en plagen, verdrukking en benauwdheid zijn gezonden, als geselen ter verbetering.
21 En in alle deze zullen zij zich niet bekeren van hun ongerechtigheden, en zullen de geselen niet altijd gedenken.
22 Ziet de leeftocht zal goedkoop zijn op aarde, zodat zij zullen menen, dat hun vrede toebereid is, maar dan zullen de ongevallen spruiten op aarde, namelijk zwaard, honger en grote verwarring.
23 Want velen die op aarde wonen, zullen door hongersnood vergaan, en het zwaard (wapengeweld) zal de anderen verderven, die van de hongersnood zullen overgebleven zijn.
24 En de doden zullen als drek weggeworpen worden, en daar zal niemand zijn die hen vertroosten zal. Want het land zal woest gelaten, en de steden zullen ternedergeworpen worden.
25 Daar zal niemand overig zijn, die het aardrijk bouwe, en die het bezaaie.
26 De bomen zullen vruchten geven, en wie zal ze aflezen?
27 De druif zal rijp worden, en wie zal ze treden? want in alle plaatsen zal grote eenzaamheid zijn.
28 Want een mens zal begerig zijn om een ander mens te zien of zijn stem te horen.
29 Ja van een stad zullen er alleen tien overblijven, en twee van het veld, die zich verstoken zullen hebben in de dichte bossen, en in de kloven der steenrotsen.
30 Gelijk als in een olijfhof aan elke boom drie of vier olijven overig zijn,
31 Of gelijk aan een wijngaard, die afgeplukt is, sommige druiven alleen worden overgelaten, bij degenen, die de wijngaard naarstig doorzoeken.
32 Zo zullen er in die dagen drie of vier overgelaten worden, bij degenen, die hun huizen met het zwaard doorzoeken.
Uitwerking 4 Ezra 16:18-32
Dit is de start van de religieuze oorlog, ouders en kinderen zullen tegen elkaar opstaan en elkaar letterlijk vermoorden. De lijken zullen dusdanig veel zijn, dat ze letterlijk op straat zullen blijven liggen (Jesaja 5:25 & Jeremia 14:15-16). Er zijn 4200 verschillende denominaties, dus 4200 verschillende leugens. Er ontstaat een geloofsstrijd.
Zacharia 13:7-9: Ezra spreekt alleen maar over allen die door hoogmoedigheid de tijd van verdrukking zullen beleven. Dit betreft de Wee-bazuinen. Een serieuze bijbellezer die niet dogmatisch is gehersenspoeld, weet dat de wereldbevolking al is gehalveerd als de verdrukkingstijd begint. Zacharia verdeeld de overgebleven mensen nog eens in drieën.
Profetie eindtijd: 4 Ezra 16:33-54 de verdrukkingstijd wordt vervolgd
33 En het land zal woest blijven, en zijn velden zullen verouderen, en zijn wegen en al zijn paden zullen met doornen bewassen, omdat er geen mensen door hetzelve zullen gaan. (De oogsten zullen vergaan en het veld niet bewerkt worden.)
34 De maagden zullen treuren, omdat zij geen bruidegoms hebben; de vrouwen zullen treuren, omdat zij geen mannen hebben; haar dochters zullen treuren, omdat zij geen hulp hebben.
35 Haar bruidegoms zullen in de krijg omkomen, en haar mannen zullen door honger verdwijnen. De verkondigers van Zijn woord - Zijn knechten zijn religievrij - weten alles en zijn volledig op de hoogte van alles wat er gebeurt en wat er gaat gebeuren.
36 Maar gij dienstknechten des Heren hoort dit, en verstaat dit.
37 Ziet dit is het woord des Heren, neemt dat aan, en gelooft de goden niet, waarvan de Here spreekt.
38 Ziet de ongevallen genaken, en zullen niet vertragen.
39 Gelijk een zwangere vrouw, die na de negen maanden haar zoon baart, wanneer de tijd van haar baren nabij is, een uur, twee of drie tevoren, zo gaan de kindsweeën door haar lichaam, en als het kind nu in de geboorte is, zo vertoeven zij niet een ogenblik;
40 Zo zullen de ongevallen niet vertoeven op aarde te komen, en de wereld zal zuchten, en de smarten zullen haar omvangen.
41 Hoort het woord, mijn volk, bereidt u ten strijd, en zijt in het ongeval zo, als de vreemdelingen der aarde.
42 Die verkoopt zij als een die vliedt, en die koopt, als een die verliezen zal.
43 Die koopmanschap doet, als een die geen nuttigheid daaruit zal genieten, en die bouwt, als een die het niet zal bewonen.
44 Die zaait, als een die niet zal maaien, zo ook die een wijngaard snijdt, als een die de druiven niet zal lezen.
45 Die zich ten huwelijk begeven, als die geen kinderen zullen krijgen, die zich niet ten huwelijk begeven, als de weduwnaars.
46 Daarom die daar arbeiden, die arbeiden tevergeefs.
47 Want hun vruchten zullen de vreemden maaien, en zullen hun goederen roven, en hun huizen verstoren, en zullen hun kinderen gevangen nemen, want tot de gevangenis en tot hongersnood zullen zij hen voortbrengen.
48 Want die hun handel met roof drijven, hoe zij hun steden en huizen, en bezittingen, en personen meer versieren,
49 Hoe ik tegen hen meer zal ijveren om hunner zonden wil, spreekt de Here.
50 Gelijk een vrome en zeer deugdzame vrouw ijvert tegen een overspeelster, Bemoediging voor de knechten van de Allerhoogste
51 Zo zal ook de gerechtigheid ijveren tegen de ongerechtigheid, wanneer zij zich versiert, en zal haar in het aangezicht beschuldigen, als die komt, welke verdedigt degenen, die onderzoek doet over alle zonde op aarde.
52 Daarom wil hun niet gelijk worden, noch hun werken.
53 Want nog een weinig tijds is het, en de ongerechtigheid zal van de aarde weggenomen worden en de gerechtigheid zal over u heersen. God weet alles. Hij is de schepper van hemel en aarde, Hij kent de toekomst en kijkt miljarden jaren vooruit en alles zal gebeuren zo Hij het wil.
Profetie eindtijd 4 Ezra 16:55-67 lofprijzing
55 Ziet de Here kent alle daden en raadslagen der mensen, en hun gedachten, en hun harten.
56 Want hij heeft gezegd: De aarde worde, en zij is geworden, en de hemel worde, en hij is geworden.
57 En door zijn woord zijn de sterren gefundeerd, en hij weet haar getal.
58 Hij is het die de afgrond doorgrondt, en zijn schatten; die de zee afmeet, en haar begrip.
59 Die de zee besloten heeft in het midden der wateren, en de aarde gehangen heeft op de wateren door zijn woord.
60 Die de hemel uitspant als een gewelf; bij heeft die over de wateren bevestigd.
61 Die in de woestijn waterfonteinen heeft gesteld, en op de spitsen der bergen watermeren, om rivieren uit te geven van de hoge rotssteen, om het aardrijk te bevochtigen.
62 Die de mens gemaakt heeft, en zijn hart gesteld heeft in het midden des lichaams, en heeft hem de geest, het leven en het verstand gegeven. God weet alles en doorgrond ieder hart, Hij is de rechter.
63 En de adem des almachtigen Gods is het, die alle dingen gemaakt heeft, en doorgrondt alle verborgen dingen in de diepten der aarde.
64 Die weet uw raadslagen, en wat gij in uw harten bedenkt, wanneer gij zondigt, en uw zonden wilt bedekken.
65 Daarom dat God al uw werken ernstig heeft doorgrond, en zal u allen te voorschijn brengen.
66 En gij zult schaamrood worden, als uw zonden voor de mensen zullen voortkomen, en uw ongerechtigheden uw beschuldigers zullen zijn, in die dag.
67 Wat zult gij doen, en hoe zult gij uw zonden verbergen voor God en zijn engelen?
Profetie eindtijd: 4 Ezra 16:68-78 Afsluitende boodschap
68 Ziet, God is de rechter, vreest hem; laat af van uw zonden, en vergeet uw ongerechtigheden eeuwig te bedrijven, zo zal God u uitleiden, en van alle ongeval bevrijden. In de laatste strijd zullen er een aantal knechten van de Allerhoogste nog worden gedood, maar er zullen ook enkele mannen alles overleven. Op het eind is er de eerste opstanding van de mannen en vrouwen die om het woord Gods zijn omgebracht, deze zullen samen met de laatste overlevende dienstknechten worden opgenomen.
69 Want ziet, de hitte van een grote menigte wordt over u aangestoken, en zij zullen sommigen uit u wegrukken en zullen hen doden om de afgoden te zijn tot een spijs.
70 En die met hen eens zullen zijn, zullen hun zijn tot een spot, en tot versmading, en tot vertreding.
71 Want van plaats tot plaats, en in de omliggende steden zal grote opstand zijn tegen degenen, die God vrezen.
72 Zij zullen zijn als woedenden, en zullen niemand sparen, om te beroven, en te verstoren die God nog vrezen.
73 Want zij zullen hen verstoren, en hun goederen roven, en zullen hen uit hun huizen stoten.
74 Dan zal de beproeving mijner uitverkorenen openbaar worden, gelijk goud dat door vuur beproefd wordt.
75 Hoort, mijn geliefden, spreekt de Here: ziet, de dagen der verdrukking zijn nabij, en ik zal u daarvan verlossen.
76 En vreest niet, en zijt niet beangst, want God is uw leidsman.
77 En gij die mijn geboden en bevelen houdt, spreekt de Here, ziet toe dat uw zonden niet het overwicht hebben, en dat uw misdaden zich over u niet verheffen.
78 Wee degenen, die van hun zonden omvangen, en van hun misdaden bedekt zijn; zij zijn gelijk een veld, dat omvangen wordt van een bos, en welks paden met doornen zijn bedekt, daar geen mens doorgaat, en afgesloten wordt, en gelaten om door het vuur verbrand te worden.
Direct na de opname van de dienstknechten zal het restant van de dan levende mensen verbrand worden door het vuur, deze mensen worden opnieuw opgenomen in de aardse materie. Openbaring 20:9-10 Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel - het binnenste van de aarde - geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.